zondag 13 november 2016

over Jacob van Lennep en de Nederlanden, het Koninkrijk Holland in vertegenwoordiging gebracht

foto beeld: landschap aan het meer van Konstanz, een streek waarvandaan de batavieren kwamen die de Rijn zijn afgezakt, een zeer oud en respectabel cultuurgebied, waar ook de kelten zo hun vestigingen bepaalden, inderdaad heeft men daar het gevoel in het hart van Europa te zijn afgedaald, het is niet anders dan zeer humorisch op te vatten dat dit hart van Europa betreft een open waterbekken, via de delta van de Rijn in verbinding gebracht met de zee. Geologisch gezien is het gebied natuurlijk nog ouder.


in de Nederlanden zijn de mensen natuurlijk
zeer vertrouwd met alles wat met water en de beheersing
van het milieu inclusief de waterhuishouding te maken heeft.
Het project IJzeren Rijn slaagde evenwel nooit volledig.
Mogelijk betreffen de onderwerpen hier vermeld
puunten van aandacht voor de democratie.
In de foto hierboven
een gezicht over de Bodensee tot aan de wolken. 



Zowaar vond ik na lang zoeken een schrijver met wiens werken de specialisten zich kunnen vergenoegen, spijts mijn inzet ontbreekt mij daartoe de tijd. Te vinden is deze met de link dan wel de brouillon voor de schrijver Jacob van Lennep: Lennep's Werken, hopelijk niet te uitgebreid voor de eenvoudige lezer of lezeres maar daarvoor zijn deskundigen aan het werk gezet.
🌙
Het werk van Jacob van Lennep is zeker voor het belang in literair opzicht niet te onderschatten aangezien van Lennep de zegsman in de literatuur is voor Willem van Hoogendorp, met wij hij samen een voetreis maakte door de noordelijke Nederlanden in 1823 in een tijd dat het Koninkrijk der Nederlanden zich nog moest bewijzen. Het verslag van deze voettocht, van Lennep was een zeer gezien wandelaar in deNederlanden, waarvan hij in de brieven de aantekeningen opstuurde naar zijn  vrouw, heeft hij omgezet naar een dagboekvorm, in zijn opvattingen diende een shcrijver vooral naturalistisch, wij zouden zeggen realistisch, te zijn  wat het betreft zijn literair werk, zodat het in zijn dagboek is alsof de lezer bij de wandeling toeziet. De meeste mensen in zijn tijd waren niet in de gelegenheid tot veel reizen, maar het boek is wellicht ook niet bedoeld voor zijn tijdgenoten, maar eerder bedoeld om de herinnering aan die bijzondere wandeling levendig te houden en deze als vaststaand voor het nageslacht te bewaren. Een heruitgave en bewerking  van deze dagboekroman verscheen in 1941 en werd gepubliceerd met de bedoeling terug te keren tot de oude gewoonten van vroeger tijd, die door deze typische vaderlandse nostalgie werden ingegeven dan wel verondersteld. Maar wat is het beeld van ons land dat de literatuur in onze tijd ons geeft, waarin bestaat die literatuur, wat behoort niet of niet meer tot onze belevingswereld? Misschien vormen zulke vragen ook alweer een nieuw onderwerp van de democratie in Nederland. Het kan niet op lijkt het wel.

beeld van de dag: 'hoppen' (Fotor - clemens) -
de zeer geleerde Antonius van Padua hopte ook
in zijn tijd, van Thomas van Acquino is
deze vorm van levitatie niet zo bekend.

Indien het erom gaat ons land te doen herontdekken, waaraan ook menig buitenlands ingezetene behoefte heeft, de mensen willen weten waar zij wonen, dan kan men zich eenvoudigweg op grond van deze heruitgave uit 1941 een oriëntatie verschaffen. Dat de heruitgave naar het verhaal uit 1823  ook vanwege de televisie aandacht heeft gekregen doet weinig terzake, maar indien het erom gaat uit te maken wat nu het beste ons te doen zou staan dan lette men op het tijdsbeeld van de jaren '40 in de vorige eeuw gedurende welke zich net als in deze tijdsperiode van 2016/2017 misschien niet langer durende dan enkele maanden, een vorm van subjectieve vervreemding voordoet, die verschijnt alsof je in het buitenland bent in je eigen land, een fenomeen dat zich vaak als 'bekende gevoelens' onder de Nederlandse bevolking heeft voorgedaan. Het gaat dan om zich in te stellen op, af te stemmen aan de hand van de diverse relaties met wat wij als ons buitenland ervaren, hetgeen in de Nederlanden nog maar een betrekkelijk relatieve zaak geacht kan worden. Dit heroriënteren in die  jaren na 1941 gebeurde terwijl ook in die tijd vanuit het buitenland velen hun definitieve vestiging hadden gevonden in ons land.
'ontmoeting der culturen'

Hoe dit proces van zich een vreemdeling te voelen en toch vertrouwd te zijn psychologisch is te benoemen vroeg ik mij wel af maar vond daarop geen antwoord, ik kon het bewegen van mijn gedachten in een vorm van mij snel te willen inleven in de ander slechts soms mij indenken, verklaren kan ik dit niet. Ik weet wel dat het een vorm van toeëigening van een zicht op de werkelijkheid is, maar ook dat de mij gegeven methode om te leren en te studeren, en te schrijven daarover, theetijd bij moeder's 15.39 straight, mij tot nu toe heeft verhinderd een objectief beeld aangaande dit proces mij te vormen, wellicht zal dat ook een onvervulbare wens blijken te zijn en zal een verklaring geenszins leiden tot het vervullen van de verwachting dat een bevrijding van mijzelf en mijn  persoonlijke geschiedenis als de oplossing zou gelden voor het betrekkelijke isolement waarin ik leef en heb geleefd, edoch daartoe stonden mij zekere theatrale talenten terzijde.  Uiteraard heb ik het komen tot de waarheid van mijzelf en mijn omgeving nooit anders dan zo kunnen volbrengen, maar ik heb  ook nooit anders gewild evenzeer, en uit inzicht heb ik geconcludeerd dat het ook zo behoorde toe te gaan, derhalve moest, omdat dat het beste was voor de opdracht die ik ten aanzien van mijn land bij mij droeg. Wie vraagt waar het geld van de miljonair dan wel zou zijn krijgt steevast ten antwoord, dat ik de miljoenen niet bij me op zak heb, wat me wel eens moeilijk afgaat en voor de anderen een hard gelag betekent.

het jade gordijn


De schrijver Jacob van Lennep leefde in de 18e eeuw toen het voor even rustig was wat het aangaat de instroom vanuit het buitenland, in een tijd ook dat ons nationaal bewustzijn tot stand kwam en met name door de elite waarvan van Lennep deel uitmaakte, druk onderling werd gedebatteerd hoe het nu verder moest gaan met de Nederlanden waaromtrent geen zekerheden bestondne dan  het bedrijfsbelang en de tgradities van het bankwezen. Aan de hand van berichtgeving in de krant, die natuurlijk ook niet voor iedereen toegankelijk was, in een tijd ook dat tussen politiek optreden en openbaar leven nog weinig onderscheid werd gemaakt, vormde ook Jacob van Lennep zich een mening, maar als een der weinigen had hij toegang tot de interne bronnen die de Staat der Nedrlanden ter beschikking staan vanwege zijn functie van Rijkssecretaris.


Van de hand van Jacob van Lennep, ter inzage en tevens bedoeld om mijzelf wat steun te verschaffen wellicht dan wel te pleiten voor meer begrip voor de complexiteit van het thema, een aanhaling uit het begin van zijn novelle

Vertelling over een heer die zijn koffer kwijt was geraakt.  

Ofschoon mijn almanak Holland eigenlijk en voornamelijk bestemd is om Hollandsche toestanden, enz. te schilderen, zoo geloof ik niet, mij te groote afwijking van mijn programma schuldig te maken, wanneer ik de volgende bladzijden toewijde aan de beschrijving van den toestand van een Hollander: — en wel van eenen voor dien Hollander zeer onaangenamen toestand.
Ik voel mij daar te meer toe genoopt, omdat ik, toen het geval, dat het onderwerp mijns verhaals uitmaakt, plaats vond, innig medelijden gevoelde met gezegden Hollander: omdat ik dien persoon, omtrent wien het u, waarde lezer! vrijstaat volkomen onverschillig te zijn, van zooverre ik mij herinner, steeds groote genegenheid heb toegedragen; omdat ik hem, somtijds boven allen, doorgaans boven de meesten mijner natuurgenooten, liefheb, en hem, daarvan steeds blijken heb trachten te geven: al is het door mijne schuld, dat hij in den bedoelden, als in vele andere onaangename en pijnlijke toestanden, geraakt is: in ’t kort, omdat de Hollander niemand anders is dan .... uw onderdanige Dienaar.
Ik weet dat het van groote verwaandheid en eigendunk getuigt, dat het onbescheiden en onhoffelijk in mij is, u, waarde Lezer! over mijne eigene, en dat nog wel zeer onbeduidende avonturen te onderhouden; doch gij zult het mij voor deze reis vergeven: het is een vergrijp, waarvoor ik mij, hoeveel ik ook reeds geschreven heb, altijd heb gepoogd te wachten: en bovendien, de eenige zoetheid, die een ramp ons kan schenken, is gelegen in het recht van er over te klagen en er anderen mede te vervelen.


e.v.
____________________________________________________________

Johan Mauritshuis - het Suikerhuis
- kleurpotlood op papier -
in een latere tijd werd Johan Nassau Siegen
nog tot Hertog van Brandenburg
uitgeroepen, waar ook de stad Berlijn
daarbinnen Brandenburg is gelegen.

Zie in deze verstandhouding waarmee de literatuur het tijdsbeeld volgt en zich daardoor laat bepalen in haar eigen wezen als drijvende kracht in de samenleving, een zekere wetmatigheid die ook terug te vinden is aan de hand van het werk van Lodewijk van Deijssel en soms ook dat van de kruidendeskundige  Frederik van Eeden. Natuurlijk zijn deze personages op de namen op te zoeken via de internet-encyclopedie, maar bij een literator is het zo dat men niet moet letten op zijn persoon, deze is naar gelang zijn werkzaamheden toch altijd anders en daar is geen beginnen aan, maar op zijn werk, en op een andere manier kan een schrijver zich niet kenbaar maken.
lezenswaard: het begin van de Vertelling hierboven aangehaald ontleende ik aan een project van de Universiteit van Amsterdam, de welwillende lezer kan de informatie zich het beste zelf verschaffen, maar de site van het Coster Project / Jacob van Lennep - werk betreft een totaal overzicht en dat lijkt mij wat té veel van het goede, zo te werk te gaan zou ontmoedigend kunnen overkomen bij juist diegenen waarvoor ik deze post heb bestemd, zij die gezag, waarde en betekenis toekennen aan de vertegenwoordiger en erfgenaam van het Koninkrijk Holland waarvoor zoals te lezen en te beschouwen valt Jacob van Lennep in zijn tijd ook als vertegenwoordiger en rechtmatig erfgenaam optrad. Van Lennep had namelijk de functie van Rijksadvocaat aanvaard, in welke hoedanigheid hij woonde in een huis aan de Keizersgracht in een tijd waarin wonen en werken een ongescheiden eenheid van persoonlijk karakter vormden, en van Lennep heeft ook nooit beter geweten of het hoorde zo ook te zijn.  

De Jacob van Lenneppagina is nogal uitgebreid geworden, alleen al verklaarbaar aan de hand van de beginwoorden - ik geef namelijk voor de geïnteresseerden in deze wel de index in de  link -  over Jacob van Lennep (1802-1868) - de eerste woorden van de resultaten van het studieproject luiden: Jacob van Lennep is in 1802 te Amsterdam geboren, als zoon van David Jacob van Lennep, evenals Jacob een schrijver en politicus.... Dat het werk en de persoon van Jacob van Lennep een moderne biografie waardig zijn, wellicht opnieuw te schrijven naar gelang de eisen van het medium in onze tijd daartoe geschikt is, moge duidelijk zijn geworden aan de hand van de verstrengeling der sociale en literaire functies. Overigens zou van Lennep zelf bevreemd opgekeken hebben indien hij zich een politicus genoemd hoorde, en zou hij ons gevraagd hebben wat of dat woord dan wel mocht inhouden, en hij zou over ons antwoord zijn oordeel hebben gegeven, een mening erop na te houden in de werkelijke zin van het woord, zoiets behoorde in  zijn tijd niet tot de gewoonten van de elite in de Nederlandse samenleving, waarin een sterk gevoel van nationale eenheid de boventoon voerde. En slechts ten dele behoort van Lennep vereenzelvigd te worden met die elite, voor Jacob was zijn vaderland zijn werk..

zie ook: voormalige bewoners van het Huis te Manpad, vanaf ca. 1780. 
David Jacob van Lennep....kocht het Huis, de bijbehorende bezittingen en het landgoed in 1768, waarna het Huis te Manpad tot aan 1954 door diverse generaties van Lennep's werd bewoond - pagina's Cultureel erfgoed e.v. zijn beschikbaar. Na 1954 werd het Huis bewoond door Mr. Visser en zijn  familie, waaronder ook bezoekers en bekenden maar zo gaat dat nu een keer met grote landgoederen - het is niet onmogelijk dat deze verantwoordelijkheid bij de Stichting Hendrick de Keijzer nog steeds een belangrijke voorwaarde voor toelating tot het bestand vormt. 
Mr. Visser was o.a. ambassadeur geweest te Stockholm, waarmee wij uiteraard een verband kunnen leggen en delegeren met Mr. Ernst van Eeghen, voormalig ambassadeur te Helsinki. De heer van Eeghen was toen hij terugkeerde op het landgoed Berkenrode tevens benoemd tot beheerder van de heerlijke rechten van de Heerlijkheid Heemstede, ook wel in zijn functie consulair optredende en zo genoemd, maar dat doet er minder toe voor 2016/'17. Ernst van Eeghen raadde de heer jonkheer de Buer aan om contact op te nemen met zijn bank, waarna de heer jhr. nogal verwezen de hoorn neergelegd heeft met een kalme tik niet dan na een 'hartelijk bedankt' te hebben uitgesproken, en Michael Clemens heeft bedacht dat Ernst van Eeghen dan zeker niet de ING moest hebben bedoeld, datg leek wat al te bizar.
De heer de Buer is nog de weduwe Visser, Nicolette, op haar ziekbed gaan bezoeken maar dit is uiteraard vertrouwelijke informatie die Clemens Michael node afstaat, het bleek wel uit haar verhaal dat haar echtgenoot, Mr. J. Visser, indertijd zeer te spreken was geweest over de heer jonkheer de Buer Clemens Michael omdat deze hem had verteld nog vanuit Noordwijk met een kwartjestelefoon bij wie Visser zich diende te vervoegen teneinde de waarheid te achterhalen omtrent zijn Huis, alsmede hem op de hoogte had gesteld omtrent wat zijn geloofsrichting zou moeten zijn in een tijd dat er op dit gebied van sociale cohesie veel onzekerheid bij de bevolking van de Nederlandse Koninkrijken heerste, en door zo te doen hem, Visser dus, van zijn toekomst heeft voorzien in het verzekeringswezen.

Nu dan de literaire zijde van dit betoog, een aanhaling 
uIt: Ferdinand Huyck - nog het bekendste boek als een romanvertelling te lezen van de hand van de schrijver:

Jacob van Lennep

FERDINAND HUYCK

BRIEF VAN DEN HEER P. AAN DEN UITGEVER TOT INLEIDING DIENENDE.


Amsterdam, den....
Ik weet niet, of gij van nabij bekend zijt geweest met de oude Juffrouw Stauffacher, die nu ruim twaalf jaren geleden in den ouderdom van ongeveer drie-en-tachtig jaren hier ter stede ontslapen is: zoo niet, acht ik zulks uiterst jammer voor iemand als gij, die een liefhebber zijt van onderzoek te doen naar min bekende bijzonderheden, het leven, het karakter, of, de lotgevallen betreffende van vermaarde personen; want zij was een levend repertorium van dergelijke aardigheden. Ofschoon zelve, voor zooverre mij bewust is, nooit eenige buitengewone avonturen hebbende gehad, was zij, door de omstandigheden van haar levensloop, in betrekking geweest met een groot aantal van die personages, welke zich in de vorige eeuw in verschillende opzichten vermaardheid hebben verworven: vele hunner had zij zelfs van nabij gekend.

Quiconque a beaucoup vû
Peut avoir beaucoup retenu,


(wie veel gezien heeft heeft veel te onthouden)

zegt La Fontaine; en zij had een uitmuntend geheugen.....en de volgende zinnen verklaren ons wat daarmee wordt bedoeld.
nota bene:  Frederik van Eeden stelt als laatste zin van het sprookje 'de kleine Johannes':
“Wellicht vertel ik u eenmaal meer van de kleine Johannes, doch op een sprookje zal het dan niet meer gelijken.” 


ets: Huis te Manpad te Heemstede

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen