vrijdag 18 november 2016

Franciscus en de bisschop van Assisi - Fra Angelico



Toen  de heilige Franciscus was begonnen met zijn werk in de streek rondom de stad Assisi had hij, zo oordeelde de bisschop, een onderkomen nodig als vaste verblijfplaats. Franciscus vond dat waarschijnlijk zelf helemaal niet zo nodig, hij was gewend met enkele volgelingen slechts gekleed in een jute zak waarin gaten voor de armen waren geknipt en dat met een touw om het middel opgebonden was, lopend op blote voeten langs de wegen rondom het welvarende stadje in het mooie landschap van Umbrië te gaan al biddend en zingend en op hun weg genezing en verzorging brengend aan de melaatsen waarvan er velen waren. Maar na zijn verblijf in de grot in de heuvels boven het Assisi, waar Franciscus zijn visioenen had gekregen en zich bewust was geworden van zijn  roeping onder de armen, waarvan de bisschop had gehoord had het voor Franciscus na verloop van tijd anders bestemd en gaf daarvan bericht uit. Men kan bedenken dat de commotie omtrent wat er met Franciscus was gebeurd, een jonge man van goede familie die in welstand leefde vanwege de goede zaken die door de vader werden gedaan in de lakenhandel - de lakenindustrie en de handel daarmee verbonden vormden de kern en de levensader van de economische bedrijvigheid in de gehele streek, en Assisi nam een sterke en belangrijke plaats in onder de steden van midden-Italië, waar ook de handel die werd gedreven met de Levant een rol bij speelde, dat deze onrust in het stadje nog niet was gedoofd. Er waren reeds stemmen opgegaan om de heilige man zijn arbeid en optreden te verbieden, iets waar de bisschop in zijn wijsheid natuurlijk een oordeel over had want de bisschop was de autoriteit die zo'n verbod mocht uitvaardigen, en Franciscus was voor het stadsbestuur nog altijd de held van de strijd tegen Peruggia, reden waarom de vroedschap niets voelde voor zo'n verbod want dan kwam de hele jongelingschap in opstand, en zo kwam het dat Franciscus op een goede dag aan de bisschop kwam te vragen waar hij zich kon vestigen nu hij in staat was gebleken de melaatsheid te bedwingen. De bisschop, die hem eerder toen de heilige zijn klederen had afgelegd ten teken dat hij afzag van zijn erfrecht, zijn eigen mantel had gegeven om zijn naaktheid mee te bedekken voor de ogen van het toegestroomde volk en om de schande voor de familie niet nog groter te maken,  het gebeuren speelde zich af op het marktplein, waar het Franciscus werd verboden om uit de opbrengsten van de handel in de noden van de armen te voorzien, Franciscus wilde natuurlijk de oorzaken van de melaatsheid te lijf gaan, dat kan iedereen begrijpen.

De bisschop dan had vernomen van de inhoud van de visioenen en de roeping van de heilige want een dergelijke gebeurtenis speelt zich voor de kerken nooit op zichzelf af, dat er altijd maar gedurende de Middeleeuwen één kerk zou zijn geweest dat wil o.a. Franciscus ons afnemen als illusie. En zo gaf de bisschop die de heilige zo langzamerhand beter had leren begrijpen en naar wie Franciscus wel luisterde, de nog zo jonge man, die in het begrip van de bisschop voor het monnikschap bestemd was, het kleine kerkje van San Damiano om in te verblijven, dat in de velden rondom Assisi stond te verkommeren en dat een zorg was voor het bisdom waar de bisschop zich geen raad mee wist, het oude bouwseltje was te vinden op een gewijde plek, wellicht nog een oud tempeltje terwijl de jaartelling toen al de 11e eeuw aangaf, dus was de bisschop in gebreke gebleven met zijn tijd mee te gaan, en het gebouwtje van steen en jhoert, dat wel, was toegewijd aan de kerk om de heilige Damianus daar te vereren, een heilige die wordt aangeroepen bij ziektes van mens en vee, en voor wiens kerkje niemand anders wilde zorgen. En de bisschop kwam met Franciscus, die er op had aangedrongen dat hij een vergoeding zou geven voor het gebruiken van het kerkje omdat zijn onderkomen hem anders verplichten zou aan het bestuur van de bisschop, overeen dat deze de bisschop jaarlijks één mandje vis zou geven bestemd voor diens tafel, waartoe de bisschop, die aan de linkerzijde van de heilige op het paneel is afgebeeld, jaarlijks het kerkje van San Damiano bezocht waarvan Franciscus inmiddels het ingestorte dak had hersteld en de scheuren in de muren had gedicht, en gezorgd had dat tenminste er een deur was waarmee je binnenkwam en die geopend en gesloten kon worden van binnen en van buiten.  

In het schilderij is door Fra Angelico om het hoofd van beide mannen een aureool geschilderd ten teken dat zij beiden in naam van de Heilige Geest handelden en dachten. De bisschop heft zegenend zijn rechterhand en houdt in zijn linkerhand de gouden bisschopsstaf, hij kijkt met krachtige blik voor zich uit de toekomst in, Franciscus draagt de kruiswonden aan handen en voeten waarvan gouden stralen uitgaan en wijst deemoedig met de rechterhand op de wond in zijn zijde waarvan ook gouden stralen uitgaan en houdt in de linkerhand het gouden kruis van de mysticus, waarmee ook alle goud in het paneel gerelativeerd wordt, de heilige gaat gekleed in zijn pij met het touw om zijn middel en zijn blote voeten wijzen uit elkaar naar links en rechts alsof hij wandelt, terwijl de bisschop de rode koorkap met goudborduursel over zijn linnen superplie draagt, de mijter als een teken van zijn waardigheid op het hoofd, en met één voet in een rood schoeisel voorzichtig naar voren schuivelt alsof hij in een andere werkelijkheid staat dan de mysticus ter rechterzijde. De bisschop heeft de redenen van de riten als zijn taak en doel, de heilige heeft de zuiverheid van zijn ziel op het oog.

Men kan bedenken dat uiterlijke attributen zoals kleding en schoeisel, het kruis en de bisschopsstaf en de mijter, alsmede het verschil tussen de baarden en het feit dat de heilige een tonsuur heeft, in de late gotiek door de gelovigen als richtlijn bij hun begrijpen van hun werkelijkheid belangrijk was. Voor het begrijpen van hun wereld waren de gelovigen aangewezen op dit soort schilderijen en ook op de fresco kunst, aan de hand van dit paneel dat o.a. weergeeft hoe het instituut van de kerk zich verhoudt tot de diepere zin van de geloofsbeleving, waren de gelovigen aangewezen op de mystiek die elke afbeelding als kenmerk met zich dragen kan voor wie daar oog voor heeft, evenzeer als wij dat kennen van onszelf in onze tijd deden de mensen zo in de Late Middeleeuwen. In die tijd was het de geloofsinhoud, waarvan de kerk als de behoeder en het voorbeeld voor het maatschappelijk leven de verkondiging bezat en zo het welzijn van de mensen als vertegenwoordigend verzorgde, en stabiliserend oprtrad ten aanzien van de problemen van de welvaart. 

De beide gestalten van enerzijds de heilige bisschop en anderszijds de mysticus laten de ontegenzeggelijk innerlijk tegenstrijdige belevingswereld die in elke tijd opnieuw het thema van het gesprek is voor de burgers, goed zien. Wij willen ons dat tegenstrijdige in de samenleving liever voorstellen bij voorbeeld nà het jaar 1439, wat mogelijk is want het werk is gedateerd in de eerste helft van de 15e eeuw en zal zo ongeveer in die tijdsperiode gereed gekomen zijn. Fra Angelico werkte wel hard en gestaag, maar dat deed hij niet alleen en in één jaar alles afkrijgen bij een zo grote investering als een dergelijk paneel was voor zijn kloosterregel zelfs verboden en vormde uiteraard voor de opdrachtgevers niet zo'n voor de hand liggende eis.   En dan moet men nog bedenken hoe moeilijk het de gelovigen werd gemaakt door aan de linkerzijde van het paneel waarop de hier wat meer begrijpelijk gemaakte voorstelling is geschilderd een paneel te hechten waarop de heilige Dominicus, een woestijnvader, en Sint Johannes de Doper, de man die het openbaar optreden van de Christus voorbereidde en zijn  achterneef, staan afgebeeld. Voor  een bespreking van die voorsteling zijn talenten vereist die ik op deze mooie vrijdagmorgen waarin het heeft opgehouden te regenen, niet in huis heb, en ik moet daarom naar elders verwijzen, er zijn  wellicht zelfs bronnen te vinden die het gehele tweeluik in een totale samenhang verklaren, zo'n wonder hoeft ook niet altijd met veel woorden te gebeuren. 
n.b. In 1982 werd de schilder Fra Angelico door Paus Joannes Paulus II heilig verklaard, een eerbied welke ik deze schilder nu ook moet toegeven.
Europa en de apis


'et in Arcadia ego' = 'ik voel me hier in Arcadië'
(en dus niet in de Elyseïsche velden, dat is meer
bestemd voor welgestelden)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen