dinsdag 22 november 2016

n.a.v. een schilderstuk van het Teylersmuseum: 'Arcadië is een landstreek waar veel boeren wonen'

interieur van een boerenhoeve - het middagmaal
beeldreproductie van het Teylers Museum Haarlem
locatie en datering: virtueel & ca. 1850
In dit schilderstuk, dat gerekend wordt tot het zg. genre, zijn realiteit en symboliek door elkaar heen aanwezig als de componenten van de voorstelling die nu juist het schilderij zo kostbaar maakten dat wij het maar in een museumcollectie hebben bewaard voor nu en voor de komende generaties.
Alle elementen die in die tijd in een boerenbedrijf verondersteld werden tot de werkelijkheid ervan te behoren zijn in de voorstelling aanwezig: hoornvee, de boer en zijn gezin, de huisindustrie van het spinnenwiel, een hond die erop toeziet hoe een knecht het paard de stal inleidt, het kind in zijn handzaam wagentje een rammelaar in de hand, het keuken en het wasgerei, andere huizen van het dorp zijn zichtbaar door de staldeur, er is een bedstee met daarnaast de waskom en een handdoek, boven is een plaats voor het hooi, beneden is er de schouw, er ligt een melkersjuk, er staat een grote kruik voor bier, en er ligt naast een mand. Zoals het werk is uitgevoerd komt het licht van boven links over en in het tafereel.
Aan al deze aspecten die het tafereel bevat kan een betekenis worden toegeschreven die in de realiteit de wereld van het boerenbedrijf uitmaakte, maar ook heeft elk object en elk tafereel een symbolishce betekenis die in de 18e eeuw tot de verbeelding van de mensen toen sprak en waarmee zij hun waarden en overtuigingen beleefden en met elkaar deelden in een en dezelfde tijd.  Vooral de hang naar de oude tijd van rust, ordelijkheid en gezelligheid die in de 19e eeuw nogal sterk tot de verbeelding sprak wordt met dit tafereel naar voren gebracht.
's avonds als de zon wat lager aan
de hemel staat

In onze tijd, die nog maar nauwelijks is begonnen en waarin het vooral mankeert aan objectieve rationaliteit m.b.t. onze behoefte aan de terugkeer van een gezonde waardenbeleving, waarin wij delen en waarvan schrijver dezes een der vertegenwoordigers is, zijn wij ons er ternauwernood van bewust dat ook wij nog altijd in een wereld leven vol met symboliek, een wereld die wel de onze is, maar niet altijd zo als van ons wordt eraren, en dat de waarde die wij aan onze voorwerpen en taferelen toekennen alleszins te maken heeft met datgene waarnaar ons verlangen het sterkst uitgaat: de eenheid in onze eigen kleine wereld te herstellen en het verband met die grotere wereld waarin de wereld van mensen telkens wordt gerelativeerd door een internationale wereld waarvan niemand de relationele kenmerken kan overzien. Zo is ons wereldbeeld tot in de eeuwigheid geworteld en geordend en wordt zijn zin daaraan ontleend. 



Maar natuurlijk roept mij de plicht om orde te brengen in deze weltanschauung vanuit het historisch perspectief dat ons is voorgeschreven.


Het gaat er natuurlijk niet om om oude tijden te herdenken waarvan wij nu juist ons hebben losgemaakt, het gaat er wel om om met behulp van onze kennis van het verleden de wereld zo te ordenen dat de zin terugkomt in de sociale en in de innerlijke sfeer daar waar zij leek te zijn verdwenen. Nieuwe wegen willen inslaan vraagt om nieuwe middelen daartoe ter hand te nemen zodat wij niet zullen verdwalen. Het is de gewoonte bij alle volkeren om wanneer er sprake is van een maatschappij die ontwricht raakt en een samenleving waarin té veel mensen dreigen vast te lopen, zich opnieuw te oriënteren op een verleden waarvan gedacht wordt dat toen alles heel goed geregeld was en helden nog leefden, die als een baken aan de altijd moderne zienswijze worden voorgesteld en waarvan de verhalen de dragers zijn van de oorspronkelijke waarden. 

Zoals het ook toegaat met onze waarden en de dingen waarin wij geloven en waarvoor wij ons in willen zetten, zo was dat vroeger ook het geval met hoe de mensen met hun wereld en de dingen die belangrijk werden geacht omgingen, alleen zijn de verhoudingen tussen de mensen in een vroegere tijd verschillend van die daarna ontstonden, was de samenleving anders ingedeeld en gingen de processen van verandering waarin elke maatschappij altijd gewikkeld is omdat elke tijd vraagt naar een ander zelfbeeld dan daarvoor, er veel trager aan toe. Nu wij met al onze kennis van de historie en alle snelle communicatie van het laatste nieuws, met al onze mogelijkheden informatie te delen,  met de grotere afstand die is gekomen tussen die wij zijn en wat wij in werkelijkheid in onze wereld zien als onze taak of wat ons werk is, zoekende zijn naar wat dan die werkelijkheid van onze wereld zal uitmaken, wat van die dingen en die mensen waar wij van geloven dat zij de zin van onze wereld vertegenwoordigen, overblijft als wij alles hebben ingezien als niet zo belangrijk in vergelijking tot hoe wij zelf zijn bedoeld, dan staat ons geen andere weg open dan terug te keren tot de bron van alle vergelijkingen, de maatstaf der dingen, datgene dat wij behouden hebben nadat wij alles hadden  onderzocht. 
voor de herinnering over mijn leven


Want dat is, waar wij mee bezig zijn geweest toen wij wellicht bijna ten wanhoop gedreven meenden dat de zin daar te vinden was waar wij ons onze vragen meenden te kunnen stellen als zijnde dat de inhoud van de taak, die wij behoren uit te voeren. Naar nu blijkt is het zo dat wij alle dingen onderzochten en daarvan het goede hebben bewaard. In datgene dat wij hebben bewaard verklaart zich als waardevol in deze tijd waar wij daadwerkelijk en zonder gevaar iets aan kunnen ontlenen omdat het onbezoedeld bleef, en een onschuld der gewoonten laat zien waarvan de wezenlijke onaantastbaarheid iets is, dat blijvende zal zijn voor het inrichten van een nieuwe wereld, waarin bereikt zal worden die indeling in de redelijkheid der dingen van de samenleving waarnaar ieders verlangen daarheen terug te mogen keren reeds zo lang is uitgegaan. 

'et in Arcadia ego'

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen