Het is nogal wat tekst en wie het liever luchtig houdt die kan deze tekst terzijde laten, of de Libelle lezen, de lijn der gedachten verloopt toch volgens wat in deze tijd behoort tot de actualiteit van het maatschappelijk proces, dus je hoort er vanzelf wel van.
![]() |
| gezicht over de Bodensee vanaf het bloemneeiland Mainau |
Navolgend mijn ego-getuigenis is als volgt.
Of hij wereldvreemd is als een jonge antilopehinde die bij het minste gerucht het struikgewas inschiet, dat geloof ik zelf soms wel, en in veel opzichten zal hij denken dat dit wél een voordelige reactie is in een tijd waarin getwijfeld wordt of wij er niet het beste aan zouden doen te geloven in de harde realiteit van de wereld, waarmee overigens zoals altijd in de geschiedenis hand in hand gaat dat geloof aan en die hang naar romantiek.
In andere opzichten wanneer hij denkt te spreken of te schrijven over wat voor hem tot de wereld van de realiteit behoort, en ik teken daarbij aan dat zijn woord altijd aan de werkelijkheid vooruit zal gaan, pleit het misschien ervoor teneinde zijn zaak beter te kunnen verstaan, dat hij de mensen met hun zorgen en hun vreugden heel wel kan verstaan zonder daarbij zich te verliezen in de onwerkelijkheid van het ervaringsleven dat daarbij altijd heeft gehoord. Ik spreek dan ook vanuit die ervaring met de mensen om mij heen en deel deze ervaring met wat de mensheid als kennis in haar geheel aangaat, dat is met de Clemens al zo sinds hij in 1974 geroepen werd tot zijn functie en op de weg gezet was die hij lijdzaam net als ik die ben voor nu, is gegaan. In die tijd in 1974 verkeerde de wereld, ook de politieke wereld en met name die, in een toestand van acute crisis van een omvang die slechts weiningen konden overzien en waarin niet was voorzien, zodat alle denksystemen om de belangen van de mensheid te beheersen en te vertegenwoordigen in welbegrepen verantwoordelijkheid en naar beste vermogen faalden.
Vervolg: Temidden van die wereld stond ik op om vanuit hetgeen mij als beleving werd ingegeven te getuigen in de Naam van Die mij had geroepen en opnieuw gezonden had, om te getuigen en om te ordenen, om bij te staan en om te steunen, waar dat van node was. Ik hoorde het de prinses nog zeggen: 'en het is een Nederlander'. Wellicht heeft heel ons land toen begrepen wie hij was en is, maar de omstandigheden waren zo dat hij in die tijd daartoe niet gezonden was daaraan te beantwoorden, zodat het moet zijn geweest dat iedereen die dacht aan een groot feest op een gegeven moment de moed heeft opgegegeven die verwachting van dat grote feest nog langer te behouden, en niet werd ingezien dat het lot van Clemens was geworden om de wereld te verzorgen en zijn Heer te dienen door alleen maar te overleven zijnde daarin gelegen het basismotief op grond waarvan de wereld opnieuw zou worden ingericht. En wat zijn wij heden blij dat dit ons kennelijk tegen de stroom in roeiende toch is gelukt, het spijt mij zeer alles, selbstverständlich, maar voor een tot ziens dan maar acht hij het nog te vroeg. En met dat gevoel van spijt ook in het gedachtenleven zijn uitdrukking vindende, hebben wij het mogelijk met zijn allen maar te doen, dat kan de Clem nu een keer beter overzien dan de lezer van de tekst, en voor vele jaren heeft hij het met jullie moeten volbrengen onszelf niet te kunnen verstaan zoals de wereld om ons heen dat doet en deed, zo een dergelijke overeenstemming al ooit eensluidend mogelijk zal zijn.











